Inwerkprogramma Statenleden: Klimaatakkoord

Inwerkprogramma Statenleden: Klimaatakkoord

  • 09 oktober 2019 18:00 tot 21:30
  • locatie: Rietkerkzaal
Direct opslaan in uw agenda

Naar aanleiding van de bijeenkomst in Flevoland de volgende terugkoppeling:

Er is voldoende SDE (dit jaar nog in de vorm van SDE+, vanaf volgend jaar SDE++) toegezegd om 35TWh te realiseren. Hoewel wij niet in het bezit zijn van financiële doorrekeningen zijn er afspraken gemaakt over kostendaling (e.g. door middel van technische ontwikkelingen), waardoor de SDE ook zal dalen (euro per opgewekte hoeveelheid elektriciteit), in relatie tot de omvang van de opgave en de SDE. Deze ingerekende kostendaling is conform werkwijze van de SDE. In haar doorrekening van het Klimaatakkoord heeft het PBL gekeken naar de mogelijkheid om 35 TWh te bereiken. Hierin zijn de voorgestelde beleidsmaatregelen (waaronder SDE zoals hierboven beschreven) meegenomen. Het PBL concludeert dat de verwachting is dat de ambitie van  35 TWh uit wind op land en zon-pv groter dan 15 kW in 2030 wordt gerealiseerd en dat de SDE daarvoor toereikend is. Voorwaarde voor voldoende SDE is wel dat de projecten uiterlijk in 2025 SDE aanvragen. Na 2025 stopt de SDE namelijk voor duurzame elektriciteit. Dit is in lijn met het afgesproken kostenreductiepad in het Klimaatakkoord waarmee duurzame elektriciteit na 2025 zonder subsidie zou moeten kunnen. NB: dit geldt voor nieuwe projecten.

Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen wij graag naar:

- Het Klimaatakkoord

- De doorrekening ontwerp Klimaatakkoord door PBL

- De brief over de omvorming SDE+ naar SDE++

Daarin zijn de volgende concrete afspraken opgenomen. In het KA zijn hierover de volgende afspraken gemaakt:

- Om de ambitie te realiseren is het uitgangspunt dat in 2025 de projecten die optellen tot minimaal 35 TWh een SDE+-subsidie aangevraagd hebben.
- Ten tweede beoogt het kostenafwegingskader dat de optelsom van de RES‘en past binnen financiële middelen die (vanuit de SDE+) beschikbaar zijn en dat projecten nog steeds realiseerbaar blijven.
- Afgesproken wordt dat de SDE+ tot en met 2025 voor nieuwe investeringen in hernieuwbare elektriciteitsopties beschikbaar is. Om de geplande productie te halen binnen het afgesproken kader van de SDE+ moet aan de voorwaarden onder g worden voldaan om de benodigde middelen in overeenstemming te brengen met de beschikbare middelen.
- De kostprijzen van hernieuwbare elektriciteit zijn de afgelopen jaren sterk gedaald door onder andere technologische ontwikkeling. Partijen zetten er gezamenlijk op in de komende jaren een verdere kostprijsreductie te realiseren, met als doel dat na 2025 hernieuwbare elektriciteit concurrerend wordt met de marktwaarde van de geproduceerde elektriciteit. Partijen streven ernaar om onderstaand kostenreductiepad te realiseren. Deze kostprijzen zijn het uitgangspunt voor de SDE+, waarbij er onderscheid wordt gemaakt naar de mate van projectgrootte bij zon-PV en windsnelheden bij Wind op Land. [voor tabel zie p. 166 in KA]  Deze kostprijzen zullen jaarlijks ten behoeve van de openstelling van de SDE+ worden gemonitord. De kostprijzen uit de tabel gaan ervan uit dat een deel van de kostenreductie gerealiseerd wordt door het verlagen van de netaansluitkosten doordat de netbeheerder op een efficiënte wijze kan uitbreiden richting de productielocaties waardoor de aansluitingen tegen lagere maatschappelijke kosten gerealiseerd kunnen worden.

 Uit het rapport van het PBL: De belangrijkste beleidsinstrumenten in het OKA (en het Regeerakkoord) voor de elektriciteitssector zijn:

- Verbod op kolenstook

- CO2-minimumprijs in de elektriciteitsopwekking, oplopend tot 31,9 €/ton in 2030.

- Stimulering van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit met de SDE+ t/m 2025

- Omvorming salderingsregeling

De verwachting is dat met het voorgestelde beleid de ambitie uit het OKA om 49 TWh uit wind op zee en 35 TWh uit wind op land en zon-pv groter dan 15 kW in 2030 wordt gerealiseerd.

Uit de brief over de omvorming van SDE+ naar SDE++: Daarnaast zijn afspraken gemaakt over een reductiepad voor de subsidie van hernieuwbare elektriciteit (stond reeds in het OKA):

- Een (indicatief) plafond van 35 TWh aan de subsidiabele productie van hernieuwbare elektriciteit, waarbij rekening is gehouden met de verwachte toename aan elektriciteitsvraag door elektrificatie;

 

Terug